Musica speelde zondagmiddag in de Elandstraatkerk
Musica speelde zondagmiddag in de Elandstraatkerk

Liefdevol samenspel Haags symfonieorkest Musica

Tristan en Isolde, Pelléas en Mélisande, Romeo en Julia… je zou er Floris en Blancefloer als vierde bij verwachten, maar het Haagse symfonieorkest Musica koppelde deze drie liefdesparen aan Tsjaikowsky's Rococovariaties. Vrijdag speelde het orkest in de Bergkerk, zondag in de Elandstraatkerk.

Door die koppeling met de Rococovariaties werd het ook een Tsjaikowsky-programma, aangevuld met Wagner en Fauré. Die laatste werd zo een beetje vreemde eend in de bijt, omdat de invloed van Wagner op Tsjaikowsky's muziek nu eenmaal makkelijker te vinden is dan in die van Fauré.

Musica, geleid door Jos Schroevers, begon met een sterke Wagner. De zinderende romantiek van het Vorspiel tot de opera Tristan und Isolde kreeg een verrassend goede uitvoering. Hier werd mooi gemusiceerd, met een extra pluim voor de strijkers (en dan weer nòg enkele veren in het bijzonder voor de cellisten) en klonk het liefdesverhaal overtuigend: volop passie, maar ook de ingetogenheid, het tedere van een pril paar, dat bang is door onverhoedse bewegingen iets onherstelbaars te breken. Dat kan natuurlijk niet goed gaan en na dit Vorspiel volgde de Liebestod, de dood als vorm van het ultieme samenzijn. Musica zou hem tijdens het concert nog eens opvoeren. Eigenlijk was de betovering al een beetje weg, alsof het na dat gepassioneerde begin verder wel vanzelf zou gaan. Orkest en dirigent konden die bevlogenheid niet helemaal vasthouden.

Pelléas en Mélisande zijn een ander liefdespaar, al zou de versie van Schönberg bijvoorbeeld de muzikale romantiek van Wagner hebben gesublimeerd. Musica koos echter voor de sprookjesachtiger versie van Gabriel Fauré en het muzikale kantwerk dat hier door de componist werd opgezet, kwam op de beste momenten van de uitvoering in alle kleuren naar voren. Het mysterieuze van de prélude, het betoverende van de sicilienne met die prachtige fluitmelodie, Schroevers haalde hier het beste uit zijn orkest. De fileuse echter miste nu juist het sprookjeselement dat Maurice Maeterlincks toneelstuk zo kenmerkt. Ook wat zwaarder aangedikt blijft de muziek de moeite waard, maar het mocht lichter. Mélisande sterft, natuurlijk, en Fauré maakte van dit drama geen diep tranendal, eerder een treurnis vol verwondering. Dat laatste aspect bleef nu wat onderbelicht. De uitvoering als geheel was echter sterk en liet een op niveau spelend Musica horen.

De inleiding tot Tsjaikowsky's Romeo en Julia was geheel in die lijn. Schroevers voerde de spanning voelbaar op: hier ging iets bijzonders gebeuren met de beide hoofdpersonen van het verhaal en aan het einde, als de helden van het verhaal sterven, gebeurt dat bijzondere ook. Alleen in de tussenliggende periode was die spanning weg, alsof na het verliefd worden van Romeo en Julia nog maar een bijkomstigheid is, een tussenstation op weg naar de liefdesdood. Dat was jammer, want juist in de 'hoekdelen' speelde Musica geïnspireerd en overtuigend.

Dat deed het ook in dat andere stuk van Tsjaikowsky, de Rococovariaties met Joris van den Berg als solist. Van den Berg deed de variaties eer aan en kreeg een kamerorkestachtige begeleiding, waarbij Schroevers en zijn orkest alle ruimte lieten voor de solopartij. Van den Berg greep die kans met beide handen.

(Jan van Es)

Meer berichten