Musica maakt het zijn publiek niet makkelijk

Symfonieorkest Musica maakte het dit weekeinde zijn publiek niet gemakkelijk. Voor de pauze muziek die zelfs met een goede uitvoering de kwalificatie twijfelachtig niet te boven zou komen en na de interval de tweede symfonie van Brahms, één van de hoogtepunten uit het standaardrepertoire.

Door Jan van Es

Den Haag - Probeer daar maar eens iets van te maken. En zeker in het eerste deel van het concert leken de Haagse amateurs en hun dirigent Jos Schroevers dat waar te maken. "Grieg, ga naar huis en schrijf iets anders," zou de grote Deense componist Niels Gade tegen Edvard Grieg hebben gezegd toen die hem zijn concertouverture "I Høst" (In de herfst) had laten zien. Gade was allerminst onder de indruk en wie Griegs opus 11 anderhalve eeuw na dat vernietigende oordeel hoort, kan niet anders dan betreuren dat de Noor het advies van Gade niet heeft opgevolgd. Brave muziek, daar niet van, maar weinig oorspronkelijk en voor wie Grieg vooral van "het" pianoconcert kent, is het even schrikken dat de componist tot zoiets plichtmatigs in staat bleek. Maar zwak stuk of niet, Musica gaf er een verrassend mooie uitvoering van, die klonk als een klok. Goed ensemblespel, veel aandacht voor met name de blazers en zo gespeeld is de ouverture nog best aardig, wat natuurlijk een dodelijk oordeel is voor een componist van Griegs statuur. Snel vergeten dus maar.
Launy Grøndahl is zo'n naam die zelden of nooit in Nederland een concertprogramma haalt. De Deense componist maakte in eigen land vooral furore als dirigent, maar was ook een vaardig componist van onder meer een strijkkwartet en een welluidend vioolconcert. Bij Musica stond het tromboneconcert uit 1924 lessenaars. Dat het (relatief) vaak gespeeld wordt, is waarschijnlijk vooral te danken aan het spaarzame aantal soloconcerten voor trombone dat vóór de periode van de avant-garde werd geschreven. Wie een romantisch getint tromboneconcert zoekt, komt al snel bij dit werk uit. De jonge Sebastiaan Kemner gaf er een virtuoze en gedreven uitvoering van en Musica volgde hem op de voet. Grøndahls stuk wordt er geen hoogvlieger mee, maar kende een aantal memorabele momenten, zoals het kabbelende middendeel "Leggenda", dat leentjebuur bij Respighi's "Fontane di Roma" lijkt te hebben gespeeld. Opvallend hier de warme klank die het orkest in de begeleiding liet horen. Musica is daarin gegroeid en dat is mooi om te horen.
Brahms' tweede werd dus met hoge verwachtingen omgeven: een stuk dat zich al bijna anderhalve eeuw heeft bewezen en waarin de verschillende orkestgroepen de gelegenheid krijgen zich te profileren. Het stuk wordt vaak Brahms' "Pastorale" genoemd, vanwege het landelijke en idyllische karakter van de symfonie. Dan moeten de verschillende lijnen wel bijeen worden gebracht, zodat er geen open eindjes blijven. Een amateurorkest mag steken laten vallen, hoeft niet te musiceren op topniveau, maar je wilt als luisteraar méér meemaken dan dat het ensemble gelijk begint en eindigt. Er moet op het podium iets muzikaals tot stand worden gebracht. Het orkest is daartoe in staat, dat bleek voor de pauze met kwalitatief aanzienlijk minder materiaal en dat bewees het bij eerdere concerten, zoals begin dit jaar nog met Mahlers vierde symfonie. Wat dáár gebeurde, bleef nu achterwege. Natuurlijk waren er momenten dat alles stond als een huis en het samenspel tussen hobo en fluit in het begin van het derde deel was om in te lijsten. Maar, om bij datzelfde derde deel te blijven, waar was het dansje dat dit "Intermezzo" eigenlijk is? 
Zó gespeeld bleef de symfonie te fragmentarisch met scherpe hoeken en rafels en hoe overbekend ook, op deze manier kon Brahms niet boeien.
Musica gaat op 16 december in de herkansing met een bijzonder programma. Dan klinkt muziek van Stenhammar, Röntgen (Celloconcert no. 2) en Rachmaninow.
 

Meer berichten