Foto:

Nieuwe column Marc Tangel: Woordeloos

Misschien is hij vorige week 74 geworden, maar de pijnlijke waarheid is dat ik al jaren geen idee heb hoe het met mijn oude buurjongen Rudi is. Dat ik hem niet aanduid als buurman heeft niets te maken met een gebrek aan eerbied voor ouderen, maar aan het feit dat Rudi bij zijn geboorte te weinig zuurstof kreeg, waardoor hij niets kon zeggen of horen en bleef steken in de belevingswereld van een zesjarige jongen. Dit zorgde ervoor dat generaties kinderen de weg wisten te vinden naar de familie Overvest in de laatste benedenwoning aan het oneven deel van de Antheunisstraat. In het kielzog van mijn oudere zus en buurmeisjes, volgde ook ik in het midden van de jaren tachtig en maakte zo kennis met deze zesjarige jongen in het lichaam van een veertiger met zéér prikkelende baardgroei.

De eerste donkere wolken boven Rudi's eindeloze jeugd pakten zich eind jaren tachtig samen, toen zijn vader ernstig ziek werd en de zorg voor Rudi werd ondergebracht bij een gespecialiseerde instelling in het oosten van het land. Zijn vader herstelde, maar voortaan logeerde Rudi alleen nog in de schoolvakanties bij zijn ouders in Den Haag. Alleen voor zijn verjaardag werd een uitzondering gemaakt. Dan mocht hij van begin oktober tot het eind van de herfstvakantie in de Antheunisstraat blijven. Die verjaardagen waren niet alleen groot feest voor Rudi, maar voor alle buurtkinderen die geregeld bij de familie Overvest over de vloer kwamen. Het partijtje begon altijd in de tuin, waar iedereen twee confettikanonnetjes in zijn hand gedrukt kreeg, die na ontploffing steevast een stenen beeldje bevatten van een aandoenlijk ogend dier. De zeehond en ijsbeer uit deze collectie staan tot op de dag van vandaag in mijn vitrinekast. Voor moeder Overvest sneed het mes aan twee kanten. Er kwamen regelmatig speelkameraadjes voor haar jongste zoon over de vloer, maar tegelijkertijd probeerde ze op speelse wijze bij te dragen aan de emancipatie voor mensen zoals Rudi. "Ik hoopte jullie zo te laten zien dat deze mensen niet gek zijn", vertelde ze jaren later.

Toen zij op haar 88e weduwe werd, bleef zij in de schoolvakanties de zorg voor haar gehandicapte zoon op zich nemen. Pas toen ze op haar 93e zelf afhankelijk werd van thuis- en mantelzorg, droeg ze de verantwoordelijkheid voor Rudi definitief over aan de instelling in het Oosten. Toen het duidelijk werd dat haar einde nu echt naderde, kwam de oudste zoon om de hoek kijken, die de thuishulp de deur wees en lokale mantelzorgers weerde. Haar overlijden werd mondeling aan naaste buren bekend gemaakt, vergezeld van de mededeling dat niemand welkom was op de crematie. Daags na de uitvaart liet hij een container voor de deur zetten, waar de hele huisraad van zijn ouders en jeugd van zijn jongste broer onbarmhartig in verdween. De mantelzorgbuurvrouw die voorzichtig kwam informeren of ze misschien Rudi's adres mocht hebben voor een condoleancebezoek, werd afgescheept met de mededeling dat dit niet nodig was. Hij wist zeker dat zijn jongere broer het verlies van hun moeder niet lang zou overleven. Een droevig eind aan een dierbaar hoofdstuk uit mijn jeugdjaren, maar één lichtpuntje is toch dat de missie van moeder Overvest geslaagd is als het gaat om de wijze waarop de kinderen uit onze straat altijd zijn omgegaan met mensen zoals Rudi. Toch jammer dat haar oudste zoon zo'n vreemde vogel was...

Meer berichten




Shopbox