Foto:

Nieuwe column Marc Tangel: Ontgoocheling

Aan het goede humeur van Sinterklaas ligt het niet. Ook de Pietenparade die deze zaterdagochtend vol overgave probeert de sinterklaasoptocht over de Dierenselaan te verfraaien met hun danskunsten, valt niets te verwijten. Toch lijkt het de tweeling maar weinig te imponeren. De vader ziet het ook en onze blikken raken elkaar als hij opmerkt: "Waarschijnlijk wordt dit onze laatste Sinterklaas. Mijn zoontjes zijn nu zes en als ik zo eens kijk gaan we 'het' komende zomer toch maar eens vertellen". Ik weet niet met wie ik het meest te doen heb: de man die binnen een half jaar zijn kinderen het vreselijke nieuws moet brengen, of de jongens die binnenkort hun eerste jeugdtrauma te verwerken krijgen.

Toegegeven: ik was een heilige Getuige van Sinterklaas. Mijn vertrouwen in de grote kindervriend uit Mira was rotsvast. In de loop der jaren waren wel een paar opmerkelijke tegenstrijdigheden van deze traditie tot mij gekomen, maar die werden met een bevredigend antwoord van het dienstdoende familielid altijd tot volle tevredenheid opgelost.

Sinterklaasavond werd in onze familie altijd gevierd bij mijn opa en oma aan de Van Zeggelenlaan. Daar kwam nooit een Sint, hooguit belde er wel eens een Piet aan om een hand pepernoten naar binnen te gooien. Ik vond dat logisch, Sint kon immers niet overal tegelijk zijn. De cadeaus stonden altijd al klaar in de achterkamer. Die had Sint de nacht daarvoor neergezet. Niet via de schoorsteen, want daar stond een kachel voor. Nee, Sint had een sleutel van oma's huis. En waarom ook niet? Mijn vader had er toch ook één? Dan mocht Sinterklaas dat ook!

Slechts één keer bracht ik mijn moeder bijna in verlegenheid. Bij ons thuis propten mijn ouders elk jaar oude kranten in de schoorsteen, zodat vuil van buiten niet in onze haard zou vallen. Traditioneel begon ik rond november te zeuren dat die kranten eruit moesten, omdat Zwarte Piet anders niet door de schoorsteen kon. In het laatste jaar dat ik nog bij de Club van Sinterklaas hoorde, hadden mijn ouders de huiskamer opgeknapt en dacht ik dat ze daarbij vergeten waren de schoorsteen weer op te vullen. Tot de ochtend dat ik voor het eerst mijn cadeautjes zag, plus de krantenproppen daarboven. "Waarom denk je anders dat Sinterklaas die staf heeft?", diende mijn moeder me van repliek toen ik haar met dit feit confronteerde. Voor de laatste keer was mijn geloof gered…

Hartje zomer in zuid Frankrijk. We schrijven het jaar 1990. Voor een terrasje op een plein in Toulouse staat een groot, eikenhouten beeld van een bisschop. De man kijkt alleen erg nors voor zich uit en zijn mijter is niet zo mooi als die van de Sint. "Dat is toch niet de echte Sinterklaas, hè mam?" Mijn moeder kijkt me aan en antwoordt: "Nee Marc, Sinterklaas is inderdaad niet echt." De blik in mijn ogen verraadt haar dat er iets is misgegaan in onze communicatie. De familie besluit op het betreffende terras plaats te nemen, waar het kwik inmiddels is opgelopen naar vijfenveertig graden. Onder deze omstandigheden val ik van mijn decembergeloof. Ik ben geschokt, maar ook trots dat ik nu iets wijzer ben dan veel jonge kinderen om me heen.

"Waarschijnlijk gaan we 'het' komende zomer toch maar eens vertellen", herhaalt de man. "Ik heb daar beeld bij", glimlach ik. En wens hem veel succes…

Meer berichten




Shopbox