Warmbloedig feestje met Musica in Zuiderstrandtheater

Rachmaninoffs Symfonische Dansen behoren bepaald niet tot de eenvoudige orkestpartituren, als die er al zijn. Het Haagse (amateur-)symfonieorkest Musica gaf er zondag tijdens zijn winterconcert een stralende uitvoering van. Het programma bevatte verder weinig gehoorde muziek van Stenhammar en Röntgen.

Door Jan van Es

Den Haag - In een door mist en druilerigheid omgeven Zuiderstrandtheater werd het zondag zo toch nog warm en zonnig. Dat kwam misschien nog het minst naar voren in het Intermezzo uit 'Sangen', een cantate van de Zweed Wilhelm Stenhammar. Diens muziek zou best vaker mogen klinken en als Musica nog eens een uitdaging zoekt: hij heeft een mooie tweede symfonie geschreven. Dit Intermezzo is niet 's mans beste werk, maar een geslaagde opening voor een concert. Dan mag het wel wat minder stroperig klinken dan in het in de opvatting van dirigent Jos Schroevers werd. Stenhammars stuk is volbloed romantiek en die werd het wel heel zwaar aangezet.

Wat dat betreft kwam het tweede celloconcert van Julius Röntgen aanzienlijk beter uit de verf. Röntgen droeg het stuk op aan de Spaanse cellist Pablo Casals die het lang in binnen- en buitenland heeft gespeeld. Zo jammer dat de grote meester het niet op de plaat heeft gezet. Tegenwoordig zijn er enkele opnamen van beschikbaar, maar live-uitvoeringen blijven schaars. Gideon den Herder, solocellist van het Residentie Orkest heeft de moeite genomen het concert in te studeren en speelde het met een overtuiging en een verve alsof hij in het zijn eentje naar het standaardrepertoire wilde opstuwen. Röntgen had zoveel vertrouwen in Casals, dat hij de solist meteen maar met een cadens liet beginnen, die een beetje bedrieglijk 'improvisation' heet. Den Herder gaf er zijn visitekaartje in af en nam het orkest mee op zijn reis door deze onbekende muzikale oorden. Musica volgde hem, strak geleid door Schroevers, op de voet. Bijzonder voor het orkest was Den Herders cello, die jarenlang heeft toebehoord aan Didi Meyer, oud-celliste van Musica. Zij erfde de cello van haar moeder, die er na de oktoberrevolutie in Rusland op wonderbaarlijke wijze mee naar Nederland was ontkomen, via Zweden. In die zin was het concertprogramma een muzikale verklanking van die reis met Zweeds, Nederlands en Russisch werk.

Dat Russische werk, die Symfonische Dansen van Rachmaninoff, ontstond dan wel in de Verenigde Staten, waar de componist zijn toevlucht had gezocht na diezelfde revolutie.
Rachmaninoffs laatste werk uit 1940 laat nog één keer horen waartoe de componist in staat was. Het is een boeiend stuk geworden, met verrassende samenklanken, moeilijke tempowisselingen en steeds die brede melodieën waar de componist naam mee had gemaakt. Musica moest er in een extra grote bezetting voor uitrukken en legde er alle eer mee in. Wie een perfecte uitvoering wil horen, zet thuis maar een cd op. Voor een doorleefde uitvoering is de concertzaal de plek bij uitstek. En Musica gaf die. Die saxofoonsolo in het eerste deel, zoveel zijn er daar trouwens niet van, klonk ongeneerd melancholiek; omzoomd met fluit, klarinetten en vooral de althobo werd het een feestje om naar te luisteren. Schroevers had een mooi tempo gekozen, doseerde de spanning goed en orkest en dirigent hielden dat niveau bijna tot de laatste maat vol. Halverwege het tweede deel dreigde alles even in te dutten en werd het walstempo wel een slome bedoening. De finale was echter zo stralend, met mooie tempowisselingen en kloeke hoorns richting de slotclimax, dat die mindere passage al lang weer vergeten was. 
Musica geeft zijn volgende concert op 17 mei met muziek van Verdi, Puccini en Prokofiev.

 

Meer berichten