Foto: MARK DAVID

Cary van Rheenen vierde het nieuwe jaar met erwtensoep

Het onbegrensd nieuwjaarswensen is begonnen. Ik heb in 4 dagen al heel wat borrels bezocht. Het Sportcentrum in het Zuiderpark, de Hendriks in de Prins Hendrikstraat, sportverenigingen, privé vriendenborrels, de spermabank, de club van hondenuitlaters, de comazuipers en Tandje Bij, de vrijgezellenclub van tandartsen. Deze borrels leken merendeels door de afwezigheid van Radler 0 % voor mij wat minder interessant, maar door de aanwezigheid van de minifrikandel, bitterbal en kaasvingers toch wel weer de moeite waard.
Naast de bijeenkomsten waarbij 'de borrel' een expliciete rol vervult, zijn er ook mensen die het nieuwjaar op een bijzondere manier willen inluiden. Sommigen zetten wat pallets op het strand en steken Scheveningen in brand. De nieuwjaarsduik, deed ik dit jaar - geheel naakt - tijdens de TV West uitzending, rennend vanuit de gang met een ferme duik op de bank volledig synchroon met de duikers op het strand mee.
Het meest heb ik dit jaar het zuurkool eten met spek bij mijn vrienden M&F, die nieuwjaar in Colombia vierden, gemist. M. hanteerde de onlosmakelijke spreuk: 'Zuurkool met spek aan geld geen gebrek'. Ik moet zeggen, dat ik na het eten van de zuurkool bij M&F niet kon spreken van geldgebrek, maar ook niet van een overschot.
Door de afwezigheid van dit illustere paar, besloot ik de traditie zelf voort te zetten. Maar dan met erwtensoep en het credo: 'Zonder erwtensoep met spek, heel 2019 een gekke bek'. Het werd een drukbezochte happening en de de erwtensoep vloeide rijkelijk. Alleen werd het credo iets te letterlijk genomen door oom Herman. Door het ontbreken van begrafenissen en trouwpartijen, had ik de goede man al geruime tijd niet gezien. Oom Herman was inmiddels door de tand des tijds aangetast, diepe rimpels, dikke bril, weinig haar en veel te grote oren. Bij toeval zat oom Herman tegenover mij aan tafel, toen hij aanzette om de erwtensoep te gaan consumeren. Op het moment dat ik mijn eerste lepel naar mijn mond bewoog, zag ik dat oom zijn ondergebit uit zijn mond haalde en het op het servet naast zijn soepkom legde. Zijn bijnaam was de centenbak omdat zijn onderkaak ver vooruit stak, een flinke klus zogezegd. Hij nam een forse lepel soep, bracht hem naar zijn uitschuiflade, hield de lepel er boven en draaide hem om als ware het de grijper van een snuivende shovel. Jammer genoeg waren de mondhoeken van oom Herman naar een omgekeerde U gevormd, waardoor de stukjes prei, de worst en de winterpeen weliswaar achterbleven in de aslade, maar er aan beide zijden twee groene stralen uit het werkgebied wegvloeiden. Tijdens het weglopen van de soep stak oom Herman razendsnel zijn tong uit, maakte een cirkelende beweging rond zijn mond, raakte daarbij bijna de punt van zijn neus en beide mondhoeken, maar toch te laat gezien de naar groen verkleurende bordpunten van zijn geruite overhemd. Een Monatoetjesreclame zou een vermogen over hebben voor het uiterlijk van oom Herman. Terwijl mijn kom onaangeroerd voor mij stond, was het oom Herman gelukt zijn kom volledig leeg te lepelen. Hij keek me aan: "Hee Cary, onwijs lekker bakkie, heb je er nog een. Ik neem het zekere voor het onzekere. Met veel spek anders loop ik het hele jaar een gekke bek, gelukkig Nieuwjaar".

Meer berichten