Marcus Pluijm stopte veel tijd in het ontrafelen van de levensverhalen van de Joodse bewoners van de Pomonalaan.
Marcus Pluijm stopte veel tijd in het ontrafelen van de levensverhalen van de Joodse bewoners van de Pomonalaan. (Foto: De Posthoorn)

22 nieuwe Struikelstenen in Den Haag

Een buurman van Marcus Pluijm ontdekte dat er in de oorlog twee Joodse gezinnen in hun straat hadden gewoond. Na de bevrijding keerden ze niet terug. Niemand van de buren had ooit iets over deze families opgevangen. Eén gezin bleek onder Marcus' woning te hebben gewoond. "Ik bleef er maar in mijn hoofd mee rondlopen." Marcus ging op zoek naar hun verhalen. Dat resulteert 9 maart in de plaatsing van 6 Stolpersteine op de Pomonalaan.

Den Haag - Pluijm nam het stokje over van zijn buurman. Die was bij zijn zoektocht tegen een muur aangelopen. Dat ondervond ook Marcus toen hij er ruim een jaar geleden aan begon. "Waar ik ook aanklopte. Bijna overal stuitte ik op onwil. Of het nou ging om het NIOD, Kamp Westerbork, Oranjehotel, gemeentelijke archieven of Joods Maatschappelijk Werk; ze wilden of konden slechts summier informatie verschaffen, zich daarbij beroepend op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)." Pluijm heeft er weinig begrip voor. "We willen alleen maar dat deze mensen niet vergeten worden."

Hij zette door. Aangespoord door een uitzending van een televisieprogramma waarin te zien was dat acteur en schilder Jeroen Krabbé op zijn knieën Stolpersteine zat te poetsen. "Daar sprak zoveel respect uit. Ik besefte ook dat deze mensen die ooit op de Pomonalaan woonden, niemand meer hebben om dit voor ze te doen."

Toen Pluijm zich erin ging verdiepen, ontvouwde zich alleen al aan de hand van de data hun tragische levensverhaal. De ene familie, bestaande uit het echtpaar Bernhard Kamerling en Selma-Saartje Kamerling-Bos en haar zus Emma, woonde op nummer 3. Bernhard en Selma-Saartje stapten op 2 november 1942 op respectievelijk 72 en 58-jarige leeftijd samen uit het leven. Wisten zij welk lot hen te wachten stond en konden zij nergens onderduiken? Wie zal het zeggen. Emma werd 4 maanden later vanuit ziekenhuis Joannes de Deo aan het Westeinde getransporteerd naar kamp Westerbork. Op 26 februari 1943 kwam in Auschwitz een einde aan haar leven. Ze werd 60 jaar.

De familie op nummer 21, bestaande uit Johan Louis Voorzanger, zijn vrouw Esther Pregers en zijn dochter Lijdia Regina onderging hetzelfde tragische lot. Vanuit een werkkamp in Hoogeveen werd Johan Louis begin september 1942, onder het mom van hereniging met zijn vrouw, verplaatst naar Westerbork. Begin oktober gingen beiden op de trein naar Auschwitz waar hun leven eindigde in de gaskamers. Pluijm vraagt zich af of de twee elkaar in Westerbork en tijdens het transport nog hebben gezien of gesproken. Hun dochter zat ondergedoken in Haarlem. Pluijm: "Van daaruit schreef ze brieven aan haar ouders, tot ze niets meer van ze hoorde. Dat moet verschrikkelijk zijn geweest." Op 27 september 1943 werd ze in Den Haag gearresteerd. Was ze op zoek naar haar ouders? Haar leven eindigde, net als dat van haar ouders, in Auschwitz maar dan een jaar later, op 22 oktober 1943. Ze werd slechts 18 jaar."

Het geld voor de gedenksteentjes had Pluijm na een mailtje aan zijn buren snel bij elkaar. "Mooi om te zien dat je buren iets over hebben voor mensen die ze niet eens hebben gekend." Hij is blij dat er nu een blijvende herinnering komt in de Pomonalaan. "Je moet mensen met hun neus op de feiten blijven drukken."

Meer berichten