De gangmakers van de eerste Lief en Leed-straten.
De gangmakers van de eerste Lief en Leed-straten. (Foto: Jos van Leeuwen)

Buren gaan weer lief en leed delen

Een bloemetje voor een zieke buurman of een pannetje soep voor de buurvrouw die het moeilijk heeft. Iets wat vroeger zo vanzelfsprekend was, hoopt wethouder Kavita Parbhudayal met de Lief en Leed-straten weer nieuw leven in te blazen.

Door Helga Boudestein

Den Haag - Ruim 200.000 Hagenaars voelen zich wel eens eenzaam, zo blijkt uit de cijfers van GGD Haaglanden. Tijd voor actie vindt het college en dus trekt het stadsbestuur 2,5 miljoen extra uit voor projecten die de eenzaamheid moeten bestrijden. Eén daarvan is de pilot van de Lief en Leed-straten. Wethouder Parbhudayal gaf hiervoor verleden week de aftrap.

Het idee komt overwaaien uit Rotterdam. In 2013 lag een inwoonster van die stad maandenlang dood in haar woning. Het was in Rotterdam het startsein om iets te gaan doen aan het contact tussen de buren. Dat mondde uit in de Lief en Leed-straten. Met een klein potje geld van de gemeente kunnen buren elkaar een bloemetje brengen of samen kleine activiteiten organiseren. In Rotterdam is het project van bureau Graswortel bijzonder succesvol, er zijn inmiddels 800 van dergelijke straatjes.

De eerste Lief en Leed-straten in Den Haag zijn te vinden in Bezuidenhout-west, Leidschenveen-Ypenburg en de Vermeerbuurt. Sana uit de Mijtensstraat (Vermeerbuurt) is bij de aftrap aanwezig. Zij neemt het lief en leed-geldkistje voor haar buurt in ontvangst. Sana werd geboren in Pakistan, sinds 8 jaar woont ze in Nederland. Sana werpt zich, met nog een andere bewoner uit haar wijk, op om de banden in de straat aan te gaan halen. En dat is moedig. Want veel aanspraak heeft ze er zelf ook nog niet. Ze vindt zelf dat haar gebrekkige woordenschat contact soms bemoeilijkt. En: "Mensen werken en komen pas om 6 uur thuis. Overdag is er dus niemand", vertelt ze. Omdat ze zelf geen baan heeft, mist ze overdag het contact met buren. Sana verbaast zich regelmatig over onze samenleving. "In Pakistan ken je iedereen. Daar wonen mensen bij elkaar. Opa's en oma's wonen bij hun kinderen en kleinkinderen in. Buren lopen bij elkaar naar binnen. Niemand is eenzaam."

Volgens de wijkagent is het in 'zijn' Leidschenveen-Ypenburg niet veel anders. De wijk bestaat nu zo'n 12 jaar, maar de onderlinge verbinding is er nog steeds niet. "Mensen werken overdag, komen thuis, doen de deur en de gordijnen dicht." Hij vervolgt: "Ik zie regelmatig oudere mensen achter de ramen zitten. Ze zien alles. Je moet ze benaderen en als het ware naar buiten trekken."

Die les wil één van de Rotterdamse deelnemers aan de Lief en Leed-straten ook de Haagse deelnemers deze ochtend in café van Beek aan de Turfmarkt wel meegeven. "Je moet mensen durven benaderen, je hulp blijven aanbieden. Ook als ze niet meteen enthousiast zijn."

Voor Sana levert de aftrap al meteen wat op: een contact. "Ik kwam net de andere deelneemster uit de Vermeerbuurt tegen", vertelt ze enthousiast. "Zij wil een Iftar-maaltijd met de straat gaan organiseren. Dat lijkt me heel erg leuk."

Meer berichten