Foto:

Column Marc Tangel: Grondwaterverwarring

Even dacht ik mij in sluitingstijd te hebben vergist, want nog geen seconde voor ik op het punt sta de slagerij te betreden, gooit het winkelmeisje een emmer water naar buiten. "Sorry", stamelt ze geschrokken. "Ben ik te laat?", vraag ik ietwat vertwijfeld na deze bijzondere welkomstceremonie. "Nee hoor, je kunt gewoon doorlopen", antwoordt ze met een inviterend handgebaar. Toch aarzel ik nog even, want achter het voorportaal ligt niet de gebruikelijke droogloopmat, maar kijkt de onpeilbare diepte van een grijze afvoerbuis mij grijnzend aan.

Als deze vorm van drempelvrees dan toch is overwonnen, blijft bij binnenkomst van dit vleeswarenhuis de weelderige lucht van synthetische lentebloesem, die men verwacht bij het aanschouwen van noeste schoonmaakwerkzaamheden, achterwege. Integendeel: de geur die zich aan mijn reukorgaan opdringt, komt uit de krochten van onze samenleving en is er één die je juist niet in een winkel vol levensmiddelen wenst aan te treffen. Op de werkvloer zijn de dames die de slagerij deze zaterdagmiddag bestieren druk in de weer met doeken, moppen en emmers om de gevolgen van deze onderaardse waterval op te vangen. De enige man in dit gezelschap detoneert niet alleen vanwege zijn groene werkkleding, maar ook door de apathische houding waarmee hij de bron van alle overlast besluiteloos observeert.

"Sorry hoor", roept de eigenaresse vanachter de toonbank. "Normaal ruikt het hier echt niet zo." Met een excuserend handgebaar wijst ze in de richting van de afvoerput, waarboven de rioolservicemedewerker nog steeds bewegingsloos gebogen staat. "Heb je hier al de hele dag last van?', informeer ik, maar nog voor ze iets kan zeggen gilt het winkelmeisje bij de voordeur abrupt: "Stop!". Haar uitroep wordt kracht bijgezet door een gorgelend protestgeluid, dat wordt voortgebracht door de afvoerleiding waarover ik zojuist weifelend ben heengestapt. Dit is het sein waarop de man in groene werkkledij heeft gewacht. Zijn lusteloze postuur maakt plaats voor dat van een jager die zijn prooi in het vizier heeft en vliegensvlug verdwijnt hij nu naar een ruimte achterin de zaak.

"Knap vervelend zo op zaterdag", constateer ik, als de commotie weer enigszins is weggeëbd. "Voor mij valt het wel mee", antwoordt de slagersdame. "Voor de zwangere vrouw die hier stond toen dit allemaal begon, was het een stuk vervelender." Deze opmerking doet mij de wenkbrauwen fronzen. "Zeker geen vader?", stelt ze grijnzend vast. Ik wissel haar conclusie met een glimlach.

"Nou", vervolgt ze, "Er staat hier daarstraks een vrouw die nu ruim een half jaar zwanger is. Terwijl ik met haar sta te praten, zie ik een plasje water rond haar voeten ontstaan. Zij ziet het ook en schrikt natuurlijk, maar daarna geef ik de mat die hier altijd ligt een schop en zie ik dat water vanuit die put omhoog borrelen. Toen wist ik genoeg, maar ondertussen was die dame wit weggetrokken. Iedereen dacht dat haar water was gebroken en dat wil je echt niet hebben hoor, drie maanden voor je bent uitgerekend!" Ik knik begrijpend en informeer tenslotte naar de mogelijkheid om nog enige vleeswaren aan te schaffen. Het blijkt gelukkig geen probleem.

Met de aankopen in mijn tas, wandel ik opnieuw richting het gapende gat bij de voordeur. "En nogmaals sorry", roept de slager als ik naar buiten stap, maar dat excuus is overbodig. Ik had haar al lang vergeven.

Meer berichten