Leo Gordijn koestert de herinneringen aan zijn tijd als kolenboer en mede directeur van doe-het-zelf handel Fijnfix.
Leo Gordijn koestert de herinneringen aan zijn tijd als kolenboer en mede directeur van doe-het-zelf handel Fijnfix. (Foto: Marc Tangel)

Verdwenen bedrijven: De kolenboer werd doe-het-zelver

In de huidige discussie over energietransitie, is het bijna niet meer voor te stellen dat aardgas nog geen halve eeuw geleden een moderne warmtebron was. Tot die tijd werden huizen warm gestookt met kolen. Brandstoffenhandelaar Leo Gordijn herinnert zich deze tijd nog levendig.

Door Marc Tangel

DEN HAAG - De voormalig kolenboer pakt een rolletje blauwe zegels van tafel en vertelt: "Vroeger had je van die Brabantia busjes voor gas, licht en water. Iedere veertien dagen reed ik langs mijn vaste klanten en als het uitkwam, kochten de mensen zo'n waardezegel van één gulden of vijftig cent. Als dan de kolen kwamen, kon men met die zegels betalen. Dat was een kwestie van vertrouwen, want als je in de zomer waardebonnen koopt voor kolen die in de winter pas geleverd worden, dan betaal je eigenlijk voor lucht. Nu zouden mensen dat niet meer zo snel doen."

Binckhorst

Gordijn weet waar hij het over heeft. In 1965 treedt hij in de voetsporen van zijn opa en vader als kolenboer. Het vervoer van deze warmtebron gaat in die dagen per spoor en met grote vrachtwagens. Deze arbeidsintensieve werkmethode, gecombineerd met een chronisch opslagruimtetekort voor meerder kleine kolenboeren in de regio, doet een aantal Voorburgse handelaren besluiten de handen ineen te slaan. Onder de naam Vereniging van Voorburgse Brandstofhandelaren wordt een coöperatie opgericht, die medio jaren zestig een terrein aan de Haagse Binckhorst huurt. Op deze plek verrijst in 1965 het opslag- en distributiepunt Randstad Warmte. "Iedere leverancier hield zijn eigen klantenkring", legt Gordijn de werkwijze uit. "De administratie bleef in handen van de kolenboeren zelf, maar in plaats van vier verschillende auto's die hun bestellingen in één straat afleverden, kwam er nu nog maar één vrachtwagen voor alle huishoudens voorrijden."

Overgeven

Deze administratie verlichting doet helaas weinig af aan het gewicht van de verhandelde kolenzakken. "Vroeger moest je van beneden naar drie hoog met zo'n zak van vijfendertig kilo op je rug", herinnert Gordijn zich met een pijnlijk gezicht. "Daar hadden we iets op gevonden, want dan liepen we allemaal één trap. Dat heette overgeven, maar dan in de goede zin van het woord.Als er nu nog kolen zouden zijn, dan was die werkwijze allang geautomatiseerd."

Fijnfix

Aan deze zware bedrijfstak komt gestaag een einde, als het aardgas eind jaren zestig de Nederlandse huishoudens definitief verovert. Op zoek naar andere inkomstenbronnen, springen Gordijn en twee van zijn collega's in op de nieuwe doe-het-zelf trend en zo opent in december 1972 de eerste Fijnfix winkel aan de Waldorpstraat. "Het is vanaf de eerste dag gaan lopen", constateert Gordijn. "Maar wat had je in die tijd aan doe-het-zelf? Nog niks! Er bestonden houthandels, her en der een verfwinkeltje en soms zat er een ijzerhandel in de straat. Mensen waagden zich voor die tijd niet aan elektra of gas, dat was veel te ingewikkeld. Nu zijn de producten en de omschrijvingen er naar. Op internet kan je van alles opzoeken, maar wat had je in het begin? Wij begonnen met acht speciaalzaken onder één dak."

De doe-het-zelf markt floreert, maar aan het eind van de jaren tachtig wil één van de compagnons het, vanwege zijn leeftijd, wat rustiger aan gaan doen. In 1990 wordt Fijnfix verkocht aan Gamma en verdwijnt zo uit het Haagse straatbeeld.

Gemeentearchief en SHIE

Veel bedrijven zijn uit de stad verdwenen. In samenwerking met het gemeentearchief en de Stichting Haags Industrieel Erfgoed (shie.nl) publiceert deze krant interviews met voormalig werknemers. Meer foto's op haagsebeeldbank.nl. Het Gemeentearchief is geïnteresseerd in materiaal over deze bedrijven: http://www.haagsgemeentearchief.nl/contact

Meer berichten