Nico Groot werkte in de Siemens fabriek in de Binckhorst. Nu zet hij zich in voor het behoud van Haags Industrieel Erfgoed.
Nico Groot werkte in de Siemens fabriek in de Binckhorst. Nu zet hij zich in voor het behoud van Haags Industrieel Erfgoed. (Foto: Marc Tangel)

Verdwenen bedrijven: 'Die geur uit de fabriek ruik ik nog'

In september 1959 werd het nieuwe bedrijvencomplex van Siemens aan de Binckhorst geopend door toenmalig burgemeester Kolfschoten. Ruim dertig jaar later verdween de fabriek weer onder het geweld van de slopershamer. "Het is allemaal korte termijnplanning tegenwoordig", constateert oud-medewerker Nico Groot.

Door Marc Tangel

DEN HAAG - "Ik woonde in 1959 aan de Vestaweg", vertelt Groot over zijn begintijd bij Siemens. "De nieuwbouw verrees in de Binckhorst en ik hoorde dat ze er mensen zochten. Op dat moment werkte ik in Delft, maar naar Siemens zou ik, bij wijze van spreken, kunnen lopen. Uiteindelijk verkoos ik meestal mijn brommer."

Groot begint in de fabriek als leerling elektricien, op de montageafdeling van het bedrijf. In een grote hal op het terrein moet hij motoren voor de staats- en particuliere mijnen uit elkaar halen voor revisie. Toch herinnert hij zich vooral de ontgroeningsopdracht waar hij aan wordt onderworpen: "Er werd mij gevraagd om, met een handbeitel, aan de zijkant van het pand drie gaten in een betonnen parkeerpaal te kloppen. Ik heb dat keurig gedaan, maar de blaren stonden op mijn handen. Een nare eerste ervaring, maar daarna heb ik er alleen maar plezier gehad."

Eind jaren zestig herbergt het Siemens complex op de Binckhorst drie afdelingen. Naast een interne bedrijfsvakopleiding, is er de afdeling zwakstroom waar onder andere reparatie en onderhoud wordt verricht aan diverse soorten huishoud- en bedrijfsapparatuur. De afdeling sterkstroom richt zich onder andere op de reparatie van industriële motoren en het vervaardigen van schakelkasten en besturingspanelen voor besturings- en beveiligingsinstallaties. Een onderdeel van het bedrijf waar Groot zich als een vis in het water voelt: "Uiteindelijk ben ik opgeklommen tot plaatsvervangend chef eindcontrole en technisch assistent van de afdelingsleiding", vertelt hij. "In die werkplaats op de Binckhorst hebben wij bijvoorbeeld installaties gemaakt voor de kranen van Conrad Stork. Voordat deze werden geplaatst, moesten die met een simulator worden getest in onze werkplaats. In de oude kranen die nu nog in Laakhaven staan, is een deel van die apparatuur nog aanwezig. Heel nostalgisch."

Als lid van de Stichting Haags Industrieel Erfgoed is Groot dan ook blij dat deze objecten een plek krijgen in het toekomstige woongebied: "Het is boeiend om te zien dat ze die industriële zones gaan bebouwen, maar dat ze toch een stukje behouden uit het verleden." Minder goed liep het af met de fabriek in de Binckhorst, waar hij tot begin jaren negentig werkte. "Het rook daar heerlijk", merkt de voormalig medewerker op over de grote montagehal waar hij zijn eerste dagen doorbracht. "Die geur van olie ruik ik nog. Ook hoor ik nog het geluid van draaiende motoren in het proefveld en het schakelen van al die grote schakelaars wat je nu niet meer hebt, omdat het allemaal regeltechniek is geworden." Toch kwam het vertrek voor Groot niet onverwacht. "In de montagehal lag een industriële parketvloer", herinnert hij zich. "Als het geregend had liep die hal onder met grondwater. Dan stond de parketvloer deels bol en kon er niet gewerkt worden. Zoiets gebeurde vroeger regelmatig. Het was dan langdurig slecht weer. Dat is een enorme schadepost geweest en mede een argument om uit te kijken naar een andere locatie."

SHE en gemeentearchief

Veel bedrijven zijn uit de stad verdwenen. In samenwerking met het gemeentearchief en de Stichting Haags Industrieel Erfgoed (shie.nl) publiceert deze krant interviews met voormalig werknemers. Meer foto's op haagsebeeldbank.nl. Het Gemeentearchief is geïnteresseerd in materiaal over deze bedrijven: http://www.haagsgemeentearchief.nl/contact

Meer berichten