Foto:

Nieuwe column Marc Tangel: Felyxificering

Sinds twee maanden wordt onze stad geteisterd door een nieuw soort onkruid. Het is herkenbaar aan een opvallend donkergroene tint en zorgt her en der voor gevaarlijke situaties, omdat het geruisloos opduikt op de meest onverwachte plekken.

Vooral drukke verkeerspleinen zijn een favoriete stek voor dit tweewielerig gewas, dat onder de naam 'Felyx' op ons Haags straatbeeld is losgelaten. Of, beter gezegd, in de residentie is onthaald, want volgens wethouder Van Asten, die gaat over onze mobiliteit, moet deze scooter Den Haag in de toekomst leefbaarder maken.

Mooie woorden, die wellicht een kern van waarheid bevatten. De elektrische Felyx scooter mikt op stadsbewoners die voor korte ritjes de auto willen laten staan. Het vervoermiddel is te reserveren via een app op de smartphone en de kosten zijn goedkoper dan een taxi. Allemaal argumenten waar een mens niks tegen kan hebben. Bovendien zijn ze ook nog eens stil. Erg stil. En dáár zit 'm dan ook de kneep.

Ruim twintig jaar lang bewoog ik mij puur op zicht door het stedelijk verkeer, daar mijn oren altijd bedekt waren met een koptelefoon, die verbonden was met een walkman in de binnenzak van mijn jas. Het was een gewoonte die begon op de basisschool en pas enkele zomers terug merkte ik, tijdens een fietstocht door de natuur, meer behoefte te hebben aan de vrolijke klanken van vogelgekwetter, dan de elektrische gitaren die al meerdere decennia tegen mijn trommelvlies dreunden. Sinds die tijd laat ik mijn persoonlijke geluidsspeler steeds vaker thuis, met als gevolg dat mijn oren hun waarnemende taak binnen het verkeer langzaamaan weer opgepakt hebben. Tot groot genoegen van mijn ogen, die hier tot dan toe geheel alleen de verantwoordelijk voor droegen. Juist daarom is het extra pijnlijk, dat ik de laatste maanden steeds vaker wordt opgeschrikt door de inhaalmanoeuvre van een vervoersmiddel dat ik vier seconden daarvoor nog niet zag of hoorde aankomen: De Felyx scooter, onze toekomst op wielen.

"Overdrijf je nu niet een beetje?", hoor ik u denken, want in de praktijk kunnen deze geruisloze stadsbrommers niet sneller dan 25 kilometer per uur. Het gevaar schuilt dan ook niet in de snelheid, maar in de schrikreactie die hun onverwachte verschijning steeds bij me oproept.

Ook het feit dat deze scooter een deelobject is, draagt niet bij aan de verkeersveiligheid. De bestuurders ervan manoeuvreren zich door nauwe gaatjes en over opstaande randjes, snijden wegen af of permitteren zich voorrang op kruispunten die zij met hun eigen vervoermiddel waarschijnlijker zorgvuldiger benaderen. En dan zijn deze scooters er pas twee maanden. En de stad telt er slechts tweehonderd.

Voor de Felyxgebruiker is het vervoermiddel ongetwijfeld een zegen. Het overwint elke onneembare horde in de stad, maar of het daarmee ook de door Van Asten beoogde leefbaarheid ten goede komt, is nog maar de vraag. Om het over de verkeersveiligheid nog niet eens te hebben. Ook bij de duurzaamheid van dit vervoermiddel zet ik mijn vraagtekens, want waar moeten we over drie jaar naartoe met al die uitgeputte accu's?

Gelukkig ligt die uitdaging niet in de toekomst van Van Asten. Dat is meer een probleem voor wethouder Van Tongeren...

Meer berichten