Foto: MARK DAVID

Column Cary van Rheenen: Den Haag in geur en geluid

Ik houd van weddenschappen en van Den Haag. Tijdens een gezellig feestje ontstond de discussie over wie Den Haag het beste zou kennen. Er werd met straatnamen, wijken, historische gebouwen, beroemde inwoners, negorij en voormalige burgemeesters gebluft. De geschiedenis van de Hofstad werd in allerlei versies als de oprechte waarheid verkondigd.


Al deze kennis, al of niet waar, leidde tot weddenschappen waarbij alle gebezigde namen, termen en locaties getoetst zouden worden. Ik had een troef: een uit de mouw getrokken aas.
Ik wedde dat ik op basis van geur en geluid de exacte plek kon herkennen waar ik op dat moment was. We zouden in de cabriolet van Gert Jan plaatsnemen. Ik zou me laten blinddoeken en laten rondrijden door Den Haag door Gert Jan. We zouden op verschillende plaatsen stoppen, waarna ik de gelegenheid zou krijgen om mijn reuk en gehoor optimaal te gebruiken. Ik moest vier van de vijf plekken herkennen. Zou ik minder dan vier scoren, dan had ik de weddenschap verloren.
We stapten in de cabrio, ik kreeg een blinddoek om en we reden weg naar voor mij nog onbekende plaatsen. De eerste stop was niet al te moeilijk. Tramgeluiden en de geur van gegrilde kip, onmiskenbaar het kruispunt Zuiderparklaan/ Escamplaan voor de winkel van poelier Victor Meijer. Ik had een vinkje verdiend. De tweede stop; geroezemoes, een veelheid van geuren, en luide, roepende stemmen, op de achtergrond ook weer tramgeluid. Het was de buurt waar ik ben opgegroeid en die in mijn brein besloten ligt; de markt aan de Herman Costerstraat. Vinkje twee. We reden door, niet al te ver, we stopten op een plek met veel verkeer. Ik rook zware tabak en hoorde Arabisch klinkende mannenstemmen. Een makkie, zo dicht bij de markt, dat moest het kruispunt Vaillantlaan/ Wouwermanstraat, het koffiehuis op de hoek zijn. Vinkje drie. De volgende halte werd gekenmerkt door rust en stilte, maar wel was er de voelbare aanwezigheid van mensen. Opvallend was het onregelmatige getik alsof het regende, maar ik voelde geen nattigheid. Mijn idee was een timmermanswerkplaats zoals in de Elandstraat. Dat werd dus ook mijn antwoord. Luid gelach volgde. Gert Jan zei warm, maar niet warm genoeg: 'Doe je blinddoek maar even af.' Tot mijn grote verbazing stonden we midden in de Geleenstraat. Geen vinkje. We reden naar de laatste bestemming, de plek waar alles voor mij vanaf hing. Tijdens de rit trachtte ik te bluffen door bij het horen van een carillon even op te merken: 'De Haagse Toren. Bij de geur van haring en het geluid van een fontein: 'De haringtent bij de Hofvijver.' Op het moment dat de stilte werd onderbroken door klokgelui, merkte ik op: 'Begraafplaats Sint Petrus Banden.'
Maar helaas, bij geen van deze plekken werd gestopt. Door de lengte van de rit raakte ik ondertussen alle oriëntatie kwijt. Eindelijk stopten we. Gert Jan zei dat we voor deze laatste, allesbeslissende bestemming de auto moesten verlaten. Ik werd aan beide armen geleid tijdens een korte wandeling. Ik rook stro en hooi, hoorde het gesnuif en gekrab van paardenhoeven op de grond. De stallen van de bereden politie, ik begreep niet dat ze het mij zo makkelijk hadden gemaakt. Ik riep: 'De bereden politie' en trok juichend de blinddoek van mijn hoofd. En zag toen dat ik in de Koninklijke Stallen stond. Geen vinkje.

Meer berichten