Foto:

Column Marc Tangel: Buitengebieden

Een warmtekoepel over hitte-eilandjes. Mooier werd ons stadsklimaat niet omschreven de afgelopen week. Ondanks het landelijk advies om ramen dicht te houden, gordijnen te sluiten en vooral niet naar buiten te gaan, konden 'onze' stranden rekenen op massale belangstelling van lieden uit het hele land. Voor de Hagenaar restte slechts de duinbossen voor enige verkoeling, maar nu wandelen één van onze favoriete vrijetijdsbestedingen blijkt te zijn, blijft ook in deze luwte weinig vrije ruimte over. Gelukkig is er naast duin en bos meer landelijk gebied in onze regio te vinden.

Toegegeven: wie een glimp wil opvangen van de landerijen zoals deze in de jaren tachtig van de negentiende eeuw werden vastgelegd door Vincent van Gogh, moet onze stadsgrens wel achter zich durven laten. Die overgang komt ook steeds verder te liggen. Als kleine jongen fietste ik nog door de polders achter Leidschendam, waar later de woonwijk Leidschenveen zou verrijzen. Mijn opa mocht graag wandelen rond het Delftse Haantje, een bouwgebied dat nu als 'Landelijk Wonen' wordt aangeprezen, maar in zijn tijd nog een idyllisch rustpunt achter een bedrijvig industriegebied was. De huidige overgang naar het landleven, begint tegenwoordig pas ten zuiden van Delft.

Daar doemden ze al jaren voor me op vanuit de trein: de fietsers langs die schilderachtige akkers tussen de Prinsenstad en Schiedam, rijdend over de smalle weilandwegen met grazende koeien in de verte. Dankzij een enigszins verkoelend zeewindje in de rug besloot ik dat het er deze middag dan toch eens van moest komen. Vanuit Escamp vertrok ik richting Delft, om vanuit daar aan te sluiten op de groene fietsroute, die mij door dit regionale landelijk gebied zou moeten leiden.

De voornaamste reden voor deze onderneming is natuurlijk de ontspanning die wij als mens tijdens zo'n tocht ervaren. Voor de beginnende 'groene' fietser is deze relaxatie echter nog niet vanzelfsprekend. Waar de bewegwijzering langs gewone fietspaden wordt gevoerd met plaatsnamen, vindt de recreatieve fietser alleen groene borden met een routenummer op zijn pad. Gelukkig gaan de kruispunten van deze routes veelal vergezeld van een landkaart, waarop per nummer de plaatsen staan aangegeven waar zij langs voeren. De vastberaden rijder, die dit systeem uiteindelijk weet te doorgronden, ziet zijn geduld daarna beloond met een weelderige rust, waarvan de gemiddelde Haagse stadsbewoner het bestaan niet binnen een straal van twintig kilometer rond zijn eigen centrum zou vermoeden.

Had u, als getogen Hagenees, bijvoorbeeld ooit gehoord van De Kapel? Tot voor kort was dit gehucht onder de rook van Schipluiden voor mij een onbekende plek op de wereldkaart. Het is zo'n typisch plaatsje met één kruispunt en negen huizen, waar wij in het buitenland de auto voor parkeren om het eens nader te bekijken, maar dat wij in onze eigen omgeving achteloos voorbij rijden.

Kortom: wilt u de zomerdrukte van het strand en stadspark inruilen voor de rust van het platteland? Spring eens op de fiets! Het enige rumoer dat u onderweg tegen zou kunnen komen, is dat van kibbelende echtparen die het niet met elkaar eens worden over de te nemen route. Ook een vorm van verpozing, maar om daarvan te genieten hoeft u natuurlijk de stad niet uit.

Meer berichten