Foto:

Column Marc Tangel: Mottentrauma

Als de biologen gelijk hebben, heeft de laatste eikenprocessievlinder van dit seizoen de vleugels inmiddels neergestreken. Helaas kan dit nog niet gezegd worden van de buxusmot, die tot eind september actief is. Deze laatstgenoemde nachtvlinder kent twee varianten: witte vleugels met een donkere rand, maar er bestaat ook een bruinkleurige soort, die zeldzamer is. Officieel werd de eerste Nederlandse buxusmot in 2007 gefotografeerd in Boskoop, maar ik kan u uit zeer betrouwbare bron verzekeren dat de soort een jaar daarvoor al werd gezien in deze stad.

Het was een tropische nacht in juli en om de temperatuur in huis nog enigszins leefbaar te houden, sliep menig Haags stadsgezin met open ramen. Onder deze omstandigheden werd ik rond het schemeruur gewekt door een zeer agressief gezoem, dat niet door mijn wekker werd voortgebracht. Toen mijn ogen eenmaal gewend waren aan het summiere schijnsel dat de kieren achter mijn rolgordijn aan het krieken van de ochtend wilden prijsgeven, ontdekte ik dat dit hoogfrequente geluid afkomstig was van een ondefinieerbaar object dat zich zwevend door mijn kamer verplaatste. Er waren slechts twee dingen die ik zeker wist: het beest was groot en jaagde mij de stuipen op het lijf. Deze conclusie bood twee mogelijkheden: vechten of vluchten. Tot mijn grote vreugde koos het gevaarte, na enige omzwervingen, zelf voor de laatste optie. Snel sloot ik mijn kamerdeur en hoopte vurig dat het beest ons huis op dezelfde manier zou verlaten als het binnengekomen was.

Enkele dagen na dit incident, vertrokken mijn ouders en ik voor de laatste keer met zijn drietjes op zomervakantie. Twee weken verbleven wij gezamenlijk in het Franse hoogland, maar de derde week reisden zij door naar de middellandse zeekust, terwijl ik, vanwege verplichtingen, terugkeerde naar Den Haag. Die zeven dagen heer en meester in het ouderlijk huis boden veel mogelijkheden, waarbij eten wat ik zelf wilde en de hele dag mijn favoriete muziek draaien het hoogtepunt vormden. Om voor dat laatste niet telkens weer met cd's door het huis te wandelen, besloot ik in één keer alle favoriete schijfjes van mijn kamer naar de huiskamer te brengen. Het stapeltje dat ik in mijn handen had, paste precies in een hoekje voor het discomeubel, als ik het stapeltje tijdschriften dat ervoor lag, een stukje opzij zou schuiven.

Twee seconden later lagen mijn cd's verspreid door de huiskamer en klopte mijn hart, na drie slagen gemist te hebben, drie keer zo snel als daarvoor. Daar lag "het" aan mijn voeten, als een soort ingedroogde sigaar met vleugeltjes. Om het angstaanjagende decor te completeren, bevond het grauwbruine gevaarte zich in een kring van tientallen minuscule witte bolletjes, die ongetwijfeld nieuwe monstertjes moesten voortbrengen.

Aangezien mijn hulplijnen de afstand tot de Franse kust niet konden overbruggen, was vluchten deze middag geen optie. Met rillende rug wikkelde ik het mottenlijk in driekwart rol wc papier en maakte daarna met een emmer allesreiniger een einde aan alle toekomstige nakomelingen van deze dynastie. De volgende ochtend verdween de bewijslast van deze uiteenzetting definitief in een vuilniswagen van de Haagse Milieuservice, maar tóch kan ik u verzekeren dat de eerste Nederlandse buxusmot ooit in Den Haag werd gezien. Waarom zou ik het anders in de krant zetten?

Meer berichten